Predikant en gemeente kunnen na twaalf jaar uit elkaar

Tijdens de vergadering van de generale synode van de Protestantse Kerk op 20 april is besloten dat de ‘twaalfjaarsregeling’ voor predikanten vanaf 2021 ingaat. De classispredikanten, die op 1 september 2018 met hun werk beginnen, kunnen de komende jaren d

De officiële verwoording van deze regeling luidt als volgt: ‘Op gezamenlijk verzoek van de kerkenraad en de predikant die tenminste twaalf jaar als predikant voor gewone werkzaamheden aan een gemeente verbonden is en recht heeft op wachtgeld, kan het breed moderamen van de classicale vergadering de predikant losmaken van de gemeente.’ De gedachte achter deze regeling is dat bevordering van mobiliteit en flexibiliteit goed is voor zowel gemeenten als predikanten. Deze regeling is onderdeel van de grotere beweging ‘Kerk 2025’, die de Protestantse Kerk heeft ingezet, waarmee de kerk toekomstbestending blijven wil, ‘een levende geloofsgemeenschap die samenkomt rond het Woord’. 

Vriendschappelijk

Met deze regeling wordt het voor een gemeente mogelijk om op een vriendschappelijke manier afscheid te nemen van een predikant. Die mogelijkheid is er nu niet. Op dit moment vertrekt een predikant alleen als hij op eigen initiatief een beroep heeft aangenomen naar een andere gemeente of als een predikant gedwongen – vaak na een conflict – wordt losgemaakt van een gemeente.

Oud. B.J.C. Viveen (classis Walcheren) formuleerde het in de synode zo: ‘Gemeenten hebben nu alleen een instrumentarium dat een predikant stigmatiseert en de gemeente veel geld kost. Het is echt tijd voor een middel waarbij je als vrienden uit elkaar gaat en de predikant zonder stigma verder kan gaan.’ 

Geen moet, maar mag-maatregel

Over dit voorstel is ongeveer vijf jaar lang vergaderd als onderdeel van het proces ‘Kerk 2025’. Dit leidde in april 2017 tot de aanvaarding van de nota ‘Naar een cultuur van mobiliteit’. Eerder al was er het voorstel dat de predikant verplicht zou zijn om na twaalf jaar een andere gemeente te zoeken. In de loop van de afgelopen jaren is dat gewijzigd naar de mildere vorm waarin het niet meer verplicht is, maar dat het een maatregel is die een gemeente kan inzetten, maar het moet niet.

Niet alleen tijdens vergaderingen van de generale synode, maar ook in de classicale vergaderingen is veel over dit onderwerp gesproken. De classicale vergaderingen hebben ruimschoots gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op dit voorstel. Veel van deze reacties waren negatief of aarzelend over dit voorstel.

Op basis hiervan stelde het generale college van de kerkorde voor om de maatregel te laten vervallen. Het moderamen deed echter het tegenvoorstel om de maatregel te behouden. Dit tegenvoorstel is vorige week door de generale synode aangenomen. Van de 70 aanwezige synodeleden stemden 52 voor.